Een debat is een discussievorm waarbij het de bedoeling is een stelling te verdedigen of juist te bestrijden.
Er zijn verschillende soorten van debat. Een redelijk bekende vorm is het zogenaamde "Lagerhuis"-debat, vernoemd naar het Britse House of Commons. Een debatprogramma van de Vara met dezelfde naam en vorm is op de televisie te zien.
Een andere vorm is het trias-debat, waarbij er drie partijen zijn: een partij van voorstanders, een partij van tegenstanders en een partij met jurerende functie.
De sport debatteren gaat om het zo goed mogelijk beargumenteren en presenteren van een stelling. Dit gebeurt onder van tevoren vastgestelde regels. Het debat wordt gevoerd door twee teams: de voorstanders (propositie) en de tegenstanders (oppositie) van de stelling. Een jury bepaalt na afloop welk team gewonnen heeft en geeft daarbij feedback. Sportief debatteren onderscheidt zich van gewoon debatteren doordat beide deelnemende teams niet mogen kiezen of ze bij een bepaalde stelling voor- of tegenstander zijn. Een team moet bij een stelling dus zowel de propositie als de oppositie kunnen vertegenwoordigen. Sportief debatteren wordt gedaan op scholen, universiteiten, verenigingen en debatteertoernooien.
Er zijn verschillende debatvormen met elk hun eigen regels. Zo wordt bij de vorm parlementair debatteren veel waarde gehecht aan de inhoud, terwijl bij de vorm eloquentia debatteren de presentatie belangrijker is. Het aantal rondes, de spreektijden en ook de volgorde van die rondes (wanneer moet een voorstander en wanneer moet een tegenstander spreken) varieert. Het aantal sprekers per team verschilt van twee bij parlementair debatteren tot tien bij de vorm lagerhuis debatteren. De vorm waarin gedebateerd wordt, verschilt vaak van vereniging tot vereniging en van toernooi tot toernooi. Een aantal regels die voor de meeste debatvormen opgaan zijn de volgende:
- De stelling moet een verandering zijn van de status quo (hetgeen nu het geval is). De stelling: 'Nederland moet een Koningshuis hebben' is dus niet goed, want dat is nu al het geval. Een stelling die wel een verandering is van de status quo en toch over het Koningshuis gaat is: "Het Koningshuis moet in Nederland afgeschaft worden."
- De voorstanders mogen de stelling interpreteren en de tegenstanders moeten zich aan die interpretatie houden. Bij de stelling: 'Er moet een stemplicht komen in Nederland' mogen de voorstanders zeggen dat dit alleen geldt voor Nederlandse burgers die ook in Nederland wonen. De voorstanders moeten de stelling wel op een dusdanige wijze interpreteren dat ze daarmee niet van onderwerp veranderen en de voorbereiding van de tegenstanders teniet doen. De stelling: "Er moet in Nederland een stemplicht komen voor piano's" mag dus niet. Een stelling die op deze wijze gedefinieerd is heet een squirrel.
- Drogredenen (foutieve argumentatie) zijn niet toegestaan. Er zijn verschillende soorten drogredenen. Een daarvaan is het argument met de stok: met dreigen aangeven dat je gelijk hebt. Een andere drogreden is de persoonlijke aanval: het is niet toegestaan om te zeggen dat omdat een debatteerder zelf geen geld heeft hij van plan is om het communisme in te voeren.
- Beledigingen zijn uit den boze.
- Truisms (een definitie die een bewijs an sich is) zijn niet toegestaan.
De propositie heeft enkele doelen:
- Aantonen dat er een probleem is
- Een werkende oplossing voor dat probleem bieden
- Aantonen dat de voordelen van het nieuwe plan groter zijn dan de nadelen
Als een doel niet gehaald wordt is de kans klein dat het publiek voor verandering is. De oppositie kan daarom de volgende ondermijningsstrategieen toepassen:
- Ontkennen dat er een probleem is
- De uitvoerbaarheid van het plan van de propositie betwijfelen
- Het nut van het plan van de propositie betwijfelen
Voor meer informatie: debat startpagina
|